Betrouwbare informatie Praktische tips Ervaringen van anderen Hulp in de buurt

Zorgen voor een ander

Misschien ging het langzaam. Eerst deed je even boodschappen voor je moeder. Daarna regelde je de post en de afspraken bij de dokter. En voor je het wist, regel je een groot deel van haar leven. Of misschien werd je partner ziek. Toen veranderde alles van de ene op de andere dag.

Veel mensen die voor een ander zorgen, noemen zichzelf geen “mantelzorger”. Ze vinden het heel gewoon. Het is je vader, je buurvrouw of je kind. Natuurlijk help je dan. Toch is dit precies wat mantelzorg is. Het is de zorg die je geeft aan iemand in je omgeving die ziek is, een handicap heeft of veel hulp nodig heeft. Het is meer dan de gewone hulp die mensen elkaar geven. En het is vaak voor langere tijd.

Herken je dit? Weet dan eerst dit: je staat er niet alleen voor. In Nederland zorgen zo’n 4,5 tot 5 miljoen mensen op deze manier voor een naaste. Zorgen kan zwaar zijn én liefdevol tegelijk. Allebei mag er zijn. Dit artikel helpt je om overzicht te krijgen. Je leest wat het betekent om voor een ander te zorgen. Ook lees je hoe je het volhoudt en welke hulp er is. Die hulp maakt het lichter. Je hoeft niets in één keer te regelen. Lees rustig wat bij jou past.

Ben ik eigenlijk mantelzorger?

Je bent mantelzorger als je vaak en langere tijd voor iemand zorgt die dat nodig heeft. Dat kan je partner zijn, een ouder of je kind. Of een broer, zus of vriend. En de zorg heeft veel vormen:

Misschien doe je maar een paar van deze dingen. Misschien doe je bijna alles. Allebei telt. Je hoeft niet de hele dag te zorgen om mantelzorger te zijn.

Er gebeurt vaak nog iets: je rol verandert in de loop van de tijd. Je begint met af en toe iets regelen. Langzaam wordt het misschien meer. Dat hoeft geen probleem te zijn. Sta wel af en toe stil bij hoe het met jóú gaat. Want daar zit de kern van volhouden.

Hoe hou ik het vol? Draaglast en draagkracht

Of je de zorg volhoudt, hangt niet alleen af van hoeveel je doet. Het gaat om de balans tussen twee dingen. Twee woorden helpen je om dat te snappen.

Draaglast is alles wat zwaar is. Denk aan de hoeveelheid zorg. Of aan hoe erg de ziekte is. Ook je werk erbij, geldzorgen of weinig tijd voor jezelf horen erbij.

Draagkracht is alles wat je helpt om het te dragen. Denk aan steun van mensen om je heen. Of aan je eigen gezondheid. Ook handige hulpmiddelen en hulp van professionals horen erbij.

Zijn die twee een beetje in evenwicht? Dan gaat het meestal goed. Het wordt pas lastig als je draaglast langere tijd groter is dan je draagkracht. Dan wordt de zorg langzaam te zwaar voor je. Vaak heb je dat zelf niet door.

Een paar vragen helpen je om je eigen balans te voelen:

Merk je dat de balans scheef zit? Je bent bijvoorbeeld vaak moe. Je piekert veel. Of je hebt geen tijd meer voor jezelf. Zie dat niet als falen, maar als een signaal. Het betekent niet dat je het slecht doet. Het betekent dat het tijd is om steun te zoeken. En die steun is er. Vaak op meer manieren dan je misschien denkt.

Zorgen én werken: kan dat samen?

Heb je naast de zorg ook een baan? Dan voelt dat soms als twee levens tegelijk. Goed om te weten: het samen doen is zwaar, maar het kan. En je hebt er ook rechten bij. Je hebt namelijk wettelijk recht op verlof. Verlof betekent dat je vrij mag nemen van je werk. Hieronder staan je mogelijkheden. Ze staan op volgorde van hoe snel je ze gebruikt:

  1. Calamiteitenverlof — voor een onverwachte situatie. Dit verlof is kort en wordt volledig doorbetaald. Bijvoorbeeld als je naaste plotseling wordt opgenomen en jij meteen weg moet.
  1. Kortdurend zorgverlof — voor zorg die echt nodig is voor een ziek gezinslid. Je mag dit per jaar maximaal twee keer je werkweek opnemen. Je krijgt dan 70% van je loon doorbetaald. Je vertelt het aan je werkgever. Je hoeft geen toestemming te vragen.
  1. Langdurend zorgverlof — voor een langere periode. Je mag dit per jaar maximaal zes keer je werkweek opnemen. Meestal is dit verlof onbetaald. Kijk in je cao of daar toch afspraken over staan. In een cao staan de afspraken over jouw werk. Je baan blijft wel beschermd. Je meldt dit schriftelijk (op papier of digitaal), twee weken van tevoren.

Naast deze regelingen helpt het enorm om open met je werkgever te praten over je situatie. Veel werkgevers denken mee. Bijvoorbeeld over werktijden die beter uitkomen of een dag thuiswerken. Je hoeft je zorgtaken niet te verbergen. Vaak lucht het juist op als je erover kunt praten.

Welke hulp is er om de zorg lichter te maken?

Misschien voelt het alsof je alles zelf moet doen. Maar dat hoeft niet. Er is veel hulp om de zorg te delen en lichter te maken. Je hoeft het niet allemaal tegelijk te regelen. Kies wat nu het meest knelt.

Praktische hulp en thuiszorg. Heeft je naaste thuis verpleging of verzorging nodig? Bijvoorbeeld hulp bij het wassen of bij de medicijnen. Dat heet thuiszorg. Thuiszorg valt onder de zorgverzekering. Je begint bij de huisarts. De huisarts verwijst je door. Daarna komt een wijkverpleegkundige langs. Die kijkt wat er nodig is. Samen met jullie maakt hij of zij een zorgplan. Thuiszorg wordt betaald vanuit de basisverzekering. Je betaalt alleen je eigen risico.

Hulp via de gemeente (de Wmo). Naast zorg thuis kun je ook bij je gemeente terecht. Dat gaat via de Wmo. Wmo staat voor Wet maatschappelijke ondersteuning. De Wmo helpt mensen om zo lang mogelijk zelfstandig thuis te blijven wonen. Denk aan hulp in het huishouden, begeleiding of dagbesteding. Of aan hulpmiddelen zoals een rolstoel. Ook aanpassingen in huis horen erbij, zoals een traplift. Je vraagt dit aan bij het Wmo-loket van je gemeente. Daarna komt er iemand bij je thuis voor een gesprek. Dat heet vaak het “keukentafelgesprek”. In dat gesprek bekijk je samen wat bij je past. Daarna maakt de gemeente een plan. Soms betaal je een eigen bijdrage.

De zorg delen met anderen. Je hoeft niet de enige te zijn die zorgt. Verdeel de taken met familie, vrienden of buren. De een doet de boodschappen. De ander rijdt naar de dokter. Ook vrijwilligers kunnen helpen, bijvoorbeeld met praktische hulp of gezelschap. Vind je het lastig om alles te overzien? Dan kan iemand je helpen die de zorg met je mee-organiseert. Dat kan een mantelzorgmakelaar zijn of een onafhankelijke cliëntondersteuner. Zij weten welke hulp er is en hoe je die regelt. Je vraagt hen aan via je gemeente.

Een luisterend oor. Soms heb je geen oplossing nodig. Je wilt gewoon iemand die luistert. Daarvoor is er de MantelzorgLijn. Bel gratis 030 760 60 55. Of stuur een WhatsApp naar 06 27 23 68 54. Je kunt bellen voor informatie of advies. En gewoon om even je verhaal te vertellen mag ook. Ook je huisarts is altijd een goed eerste aanspreekpunt. Niet alleen voor je naaste, maar zeker ook voor jezelf.

En tijd voor jezelf dan?

Tussen al het regelen door vergeet je makkelijk iets: jezelf. Goed voor jezelf zorgen is geen luxe en geen egoïsme. Je kunt pas goed voor een ander zorgen als je zelf een beetje overeind blijft. Denk aan een avondje met vrienden, een wandeling of genoeg slaap. Dat zijn geen extraatjes. Dat is je brandstof.

Wil je af en toe echt even loslaten? Zodat je kunt bijkomen of een paar dagen weg kunt? Dan kan iemand de zorg tijdelijk van je overnemen. Dat heet respijtzorg. Hoe dat precies werkt, lees je in een apart artikel op deze site. Voel je je schuldig als je tijd voor jezelf neemt? Dat gevoel is heel normaal. En toch hoef je je niet schuldig te voelen. Je verdient die ruimte juist. Zo houd je het langer vol.

Even samenvatten

Wat nu?

Begin klein. Kies één ding dat nu het meest knelt. Zet daar de eerste stap.

Je hoeft het niet vandaag allemaal op te lossen. Eén stap is genoeg.

Even praten

Soms heb je geen oplossing nodig. Geen formulier, geen regeling, geen volgende stap. Soms wil je gewoon even je verhaal kwijt bij iemand die snapt wat je meemaakt. Die behoefte is heel normaal. En belangrijker dan je misschien denkt.

Zorgen voor iemand van wie je houdt is zwaar én liefdevol tegelijk. Die twee gevoelens kunnen goed naast elkaar bestaan. Je doet het graag. Je zou niet anders willen. En toch zit je soms tegen de avond met een knoop in je maag. Je bent moe en je piekert. Heel even denk je: ik kan even niet meer. Dat het soms moeilijk voelt, betekent niet dat je het verkeerd doet. Het betekent dat je veel draagt.

Misschien herken je dit ook. Je zegt tegen anderen dat het “wel gaat”. Maar zo voelt het eigenlijk niet. Je houdt je groot, omdat je niemand tot last wilt zijn. Veel mantelzorgers doen dat. Maar je gevoel wegstoppen maakt het zelden lichter.

Je verhaal delen lucht op

Praten over hoe het echt met je gaat is geen teken van zwakte. Het is juist een manier om het vol te houden. Spreek je je zorgen, je verdriet of je frustratie hardop uit? Dan krijgen ze ineens een vorm. Ze worden iets buiten jezelf. Iets wat je samen met een ander kunt bekijken. Dat geeft lucht.

Je hoeft daar geen perfecte woorden voor te hebben. Je hoeft het niet netjes of dankbaar te zeggen. Je mag gewoon zeggen: “Het is zwaar.” Of: “Ik weet even niet hoe ik dit moet doen.” Alleen al het uitspreken kan opluchten. En je hoeft het antwoord niet meteen te weten.

Mensen die hetzelfde meemaken

Soms helpt het het meest om te praten met iemand die precies weet hoe het is. Iemand die ook ‘s nachts wakker ligt. Iemand die ook worstelt met schuldgevoel. Iemand die ook dagen heeft waarop alles te veel lijkt. Dat noemen we lotgenotencontact: contact met andere mantelzorgers.

Bij lotgenoten hoef je weinig uit te leggen. Een half woord is genoeg. Je merkt dat je niet de enige bent. En dat je gevoelens er mogen zijn. Vaak hoor je ook hoe een ander iets aanpakt. Een klein idee waar je zelf nog niet aan had gedacht. Herkenning geeft rust, en rust geeft kracht. Kijk eens bij Hulp in de buurt op deze site. Is er bij jou in de buurt een groep of inloop voor mantelzorgers?

Een luisterend oor: de MantelzorgLijn

Wil je liever even bellen, zonder dat je iemand kent? Dat kan bij de MantelzorgLijn. Daar zit iemand die naar je luistert. Iemand die met je meedenkt. En die je verder helpt als je dat wilt. Niet om je problemen op te lossen, maar om er even voor je te zijn. Gewoon even praten mag ook.

Je hoeft geen “groot genoeg” probleem te hebben om te bellen. Een rotdag is reden genoeg.

Praten met je eigen omgeving en je huisarts

Ook dichtbij is vaak meer ruimte dan je denkt. Denk aan een vriend, je partner, een buur, je broer of zus. Veel mensen willen best helpen, maar weten niet hoe. Vertel eerlijk hoe het met je gaat. Zo geef je hen de kans om er voor je te zijn. Je hoeft niet om hulp te vragen. Je verhaal delen is al genoeg.

En vergeet je huisarts niet. Die is er niet alleen voor degene voor wie je zorgt. De huisarts is er ook voor jou. Merk je dat je somber wordt, slecht slaapt of het niet meer ziet zitten? Maak dan gerust een afspraak om over jezelf te praten. Je huisarts kan meedenken en je zo nodig verder helpen.

Als je merkt dat je er doorheen zit

Het is goed om je eigen signalen te kennen. Veel mantelzorgers merken pas laat dat het te veel wordt. Let er eens op of je:

Herken je hier iets in? Schrik er niet van. Het is geen falen. Het is een signaal dat je aandacht voor jezelf nodig hebt. Het mooie is: praten is vaak al de eerste stap die opluchting geeft. Je kunt praten met een lotgenoot, met de MantelzorgLijn, met iemand uit je omgeving of met je huisarts. Je hoeft er niet mee te blijven rondlopen.

Want dat is misschien wel het belangrijkste om te onthouden: je staat er niet alleen voor. Er is altijd iemand die naar je verhaal wil luisteren. Je hoeft het alleen even uit te spreken.

Even samenvatten

Wat nu?

Heb je behoefte om je verhaal kwijt te kunnen? Pak dan vandaag de telefoon. Bel de MantelzorgLijn: 030 760 60 55 (gratis). Gewoon om even te praten. Liever contact met mensen die hetzelfde meemaken? Kijk dan bij Hulp in de buurt op deze site. Zoek een mantelzorggroep of inloop bij jou in de buurt. En zit je er echt doorheen? Maak een afspraak bij je huisarts. Vertel hoe het met jóú gaat.